Depersonalisatie en derealisatie

We voelen ons allemaal wel eens vreemd, afwezig of niet helemaal onszelf. Bijvoorbeeld wanneer we erg moe zijn, veel stress ervaren of een ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt. Maar wat als je het gevoel hebt dat je niet meer echt verbonden bent met jezelf of dat de wereld om je heen onwerkelijk aanvoelt? Dan kan er sprake zijn van depersonalisatie of derealisatie. Het is belangrijk om te weten dat je niet alleen bent en dat hulp beschikbaar is. Met de juiste uitleg, begeleiding en behandeling herstellen de meeste mensen goed van deze klachten. 

Kortdurende ervaringen van depersonalisatie of derealisatie zijn verrassend veelvoorkomend. Onderzoek laat zien dat ongeveer 50% van de mensen ten minste één keer in hun leven een tijdelijke episode van depersonalisatie of derealisatie ervaart, bijvoorbeeld tijdens periodes van stress, vermoeidheid, angst of na middelengebruik. Wanneer de klachten langdurig aanwezig zijn en zoveel last veroorzaken dat er sprake is van een depersonalisatie-/derealisatiestoornis, wordt de prevalentie geschat op ongeveer 1 tot 2% van de bevolking. Daarmee is de stoornis zeldzamer dan bijvoorbeeld angst- of stemmingsstoornissen, maar zeker niet uitzonderlijk.


Wat is depersonalisatie en derealisatie (DPDR)?


Depersonalisatie

Depersonalisatie is het gevoel losgekoppeld te zijn van jezelf. Het kan voelen alsof je van een afstand naar jezelf kijkt, alsof je op de automatische piloot leeft of alsof je gedachten, gevoelens of lichaam niet helemaal van jou zijn. Sommige mensen ervaren een gevoel van vervreemding van hun eigen emoties of hebben het idee dat ze zichzelf niet meer herkennen. Hoewel deze ervaring erg beangstigend kan zijn, blijf je contact houden met de werkelijkheid.

Derealisatie

Derealisatie heeft betrekking op de manier waarop je je omgeving ervaart. De wereld om je heen kan vreemd, onwerkelijk of droomachtig aanvoelen. Kleuren lijken bijvoorbeeld minder levendig, geluiden klinken anders of het voelt alsof er een soort afstand zit tussen jou en je omgeving. Dit kan zorgen voor onzekerheid en angst, maar ook bij derealisatie blijft de werkelijkheidstoetsing intact. Depersonalisatie en derealisatie komen vaak samen voor en hangen regelmatig samen met stress, angst, overbelasting of een ingrijpende gebeurtenis. Met de juiste uitleg en behandeling kunnen deze klachten meestal aanzienlijk verminderen of verdwijnen.


Behandeling van depersonalisatie en derealisatie


Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandeling voor depersonalisatie en derealisatie. Mensen met depersonalisatie of derealisatie ervaren vaak gevoelens van vervreemding van zichzelf of hun omgeving. Hoewel deze klachten zeer beangstigend kunnen zijn, zijn ze niet gevaarlijk. Stress, angst, overbelasting en een voortdurende focus op de symptomen spelen vaak een belangrijke rol bij het ontstaan en in stand houden van depersonalisatie en derealisatie.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) bij depersonalisatie en derealisatie

Binnen de CGT-behandeling van depersonalisatie en derealisatie ligt de nadruk op het begrijpen van de klachten en het doorbreken van de vicieuze cirkel tussen angst, spanning en vervreemding. Veel mensen denken dat zij de controle verliezen of “gek worden”, wat de klachten juist versterkt. In de behandeling leren cliënten deze gedachten beter herkennen en realistischer te interpreteren. Daarnaast wordt gewerkt aan het verminderen van vermijdingsgedrag en het voortdurend controleren van de symptomen. Dit helpt om minder gefocust te raken op de gevoelens van depersonalisatie en derealisatie, waardoor de klachten vaak geleidelijk afnemen. Ook is er aandacht voor stress, piekeren en spanning, omdat deze factoren de klachten kunnen versterken. Door meer rust, structuur en herstelmomenten in te bouwen, neemt de gevoeligheid voor depersonalisatie en derealisatie vaak af.Het doel van CGT is niet het direct “wegdrukken” van de klachten, maar het verminderen van angst en overcontrole. Hierdoor kunnen depersonalisatie en derealisatie in veel gevallen naar de achtergrond verdwijnen en het dagelijks functioneren verbeteren.

Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) bij depersonalisatie en derealisatie

EMDR kan een passende behandeling zijn wanneer depersonalisatie en derealisatie samenhangen met ingrijpende of traumatische ervaringen. Bij sommige mensen ontstaan deze klachten als reactie op eerdere gebeurtenissen die veel stress of onveiligheid hebben veroorzaakt. Het is belangrijk om te benadrukken dat EMDR niet altijd de eerste keuze is bij depersonalisatie en derealisatie. Wanneer de klachten vooral worden onderhouden door angst, piekeren en focus op symptomen, is cognitieve gedragstherapie (CGT) vaak de primaire behandeling. In sommige gevallen worden CGT en EMDR gecombineerd, afhankelijk van de klachten en de behandeldoelen.

Acceptance and Commitment Therapy bij depersonalisatie en  derealisatie

ACT kan helpend zijn bij de behandeling van depersonalisatie en derealisatie. Belangrijke elementen uit ACT bij depersonalisatie en derealisatie zijn acceptatie en defusie. Acceptatie betekent dat je leert om gevoelens van depersonalisatie en derealisatie toe te laten zonder ertegen te vechten, waardoor de angst en spanning vaak afnemen. Defusie helpt om afstand te nemen van negatieve gedachten, zoals “ik word gek” of “dit gaat nooit meer over”, zodat deze gedachten minder invloed hebben op je gevoel en gedrag. Daarnaast richt ACT zich op het vergroten van psychologische flexibiliteit en het leven vanuit persoonlijke waarden. Ondanks depersonalisatie en derealisatie wordt gekeken naar wat voor jou belangrijk is, zoals relaties, werk, gezondheid of zingeving. Door stap voor stap weer te handelen in lijn met deze waarden, neemt vaak de grip van de klachten op het dagelijks leven af.ACT kan zo bijdragen aan meer rust en ruimte, waardoor depersonalisatie en derealisatie minder centraal komen te staan in het dagelijks functioneren.

Een behandeling op maat

De behandeling van depersonalisatie en derealisatie wordt altijd afgestemd op jouw specifieke klachten, klachtenpatroon en persoonlijke situatie. Soms staat angst en piekeren op de voorgrond, terwijl bij anderen juist stress, overbelasting of een ingrijpende gebeurtenis een belangrijke rol speelt.Afhankelijk van wat jij nodig hebt, kan de behandeling bestaan uit cognitieve gedragstherapie (CGT), EMDR bij traumagerelateerde klachten en/of elementen uit ACT om beter om te gaan met de ervaringen van vervreemding. Het doel is altijd om de vicieuze cirkel van angst, spanning en symptomen te doorbreken en het dagelijks functioneren te verbeteren.


Andere klachten die kunnen voorkomen bij depersonalisatie en derealisatie


Bij depersonalisatie en derealisatie (DPDR) komen vaak ook andere klachten voor, zoals angst, paniek, somberheid of stressklachten. Veel mensen merken dat de klachten ontstaan of toenemen in periodes van spanning, overbelasting of vermoeidheid. Daarom maken depersonalisatie en derealisatie regelmatig deel uit van een breder patroon van angst- en stressreacties. Tegelijkertijd kunnen DPDR-klachten ook op zichzelf voorkomen, zonder dat er sprake is van een duidelijke angst- of stemmingsstoornis. De ernst en samenhang met andere klachten verschillen dus per persoon.