Tics en ongewenste gewoonten
Tics zijn plotselinge, snelle en terugkerende bewegingen of geluiden die moeilijk te onderdrukken zijn. Voorbeelden zijn knipperen met de ogen, schouderophalen, kuchen, keel schrapen of het herhalen van woorden en geluiden. Tics kunnen variëren in ernst en komen zowel bij kinderen als volwassenen voor.
Veelvoorkomende ongewenste gewoonten zijn bijvoorbeeld nagelbijten, huidpulken, haren draaien, haren uittrekken, tandenknarsen of overmatig gebruik van sociale media. Hoewel deze gedragingen vaak tijdelijk spanning, onrust of verveling verminderen, kunnen ze op de langere termijn hinder veroorzaken of moeilijk te doorbreken zijn.
Tics worden soms verward met ongewenste gewoonten, maar er zijn belangrijke verschillen. Waar tics meestal onwillekeurig optreden en vaak gepaard gaan met een sterke innerlijke aandrang, zijn ongewenste gewoonten gedragingen die iemand doorgaans meer bewust uitvoert, ook al gebeurt dit vaak automatisch of zonder er veel bij stil te staan.
Zowel tics als ongewenste gewoonten kunnen invloed hebben op het dagelijks functioneren en leiden tot schaamte, frustratie of onzekerheid. Gelukkig zijn tics en ongewenste gewoonten vaak goed te behandelen. Met de juiste begeleiding en bewezen effectieve behandelmethoden is het mogelijk om meer controle te krijgen over deze gedragingen en de impact ervan op het dagelijks leven te verminderen.
Ticstoornissen en Gilles de la Tourette
Enkelvoudige tics
Enkelvoudige tics zijn plotselinge, korte en herhaalde bewegingen of geluiden waar iemand weinig tot geen controle over heeft. Veelvoorkomende motorische tics zijn bijvoorbeeld knipperen met de ogen, trekken met de mond, het optrekken van de schouders of schudden met het hoofd. Vocale tics kunnen bestaan uit kuchen, snuiven, keel schrapen of andere eenvoudige geluiden.
Vaak ervaren mensen voorafgaand aan een tic een onaangenaam gevoel van spanning of aandrang, dat tijdelijk afneemt nadat de tic is uitgevoerd. Hoewel enkelvoudige tics meestal onschuldig zijn, kunnen zij wel als hinderlijk of vermoeiend worden ervaren. Daarnaast kunnen tics leiden tot gevoelens van onzekerheid, schaamte of angst voor reacties van anderen, vooral wanneer zij opvallen in sociale situaties of op school of het werk.
Syndroom van Gilles de la Tourette
Het syndroom van Gilles de la Tourette is de bekendste vorm van een ticstoornis en wordt gekenmerkt door meerdere motorische tics en ten minste één vocale tic. De tics zijn gedurende langere tijd aanwezig (minimaal één jaar) en ontstaan meestal tijdens de kinder- of adolescentieleeftijd. De aard, frequentie en ernst van de tics kunnen in de loop van de tijd wisselen, waardoor er periodes kunnen zijn waarin de klachten meer of juist minder aanwezig zijn.
Net als bij andere ticstoornissen ervaren veel mensen voorafgaand aan een tic een onaangename spanning, kriebel, druk of innerlijke aandrang. Deze zogenoemde presensorische sensaties bouwen zich op totdat de tic wordt uitgevoerd. Het uitvoeren van de tic geeft vaak een tijdelijke afname van deze spanning of een gevoel van opluchting. Juist doordat tics deze tijdelijke verlichting geven, kunnen zij moeilijk te onderdrukken zijn.
Ongewenste gewoonten
Ongewenste gewoonten zijn terugkerende gedragingen die iemand vaak automatisch of bijna automatisch uitvoert, ondanks de wens om ermee te stoppen. Hoewel deze gewoonten op korte termijn spanning, onrust, verveling of ongemak kunnen verminderen, kunnen zij op de langere termijn leiden tot frustratie, schaamte, lichamelijke klachten of beperkingen in het dagelijks leven. Veel ongewenste gewoonten zijn hardnekkig, maar gelukkig zijn zij vaak goed te behandelen met gedragstherapeutische technieken.
Haren draaien of haren trekken (trichotillomanie)
Sommige mensen ervaren een sterke of zelfs onweerstaanbare drang om haren uit te trekken. Dit kan betrekking hebben op hoofdhaar, maar ook op wenkbrauwen, wimpers, baardhaar of andere lichaamsbeharing. Deze aandoening staat bekend als trichotillomanie en behoort tot de groep van lichaamsgerichte repetitieve gedragingen. Het haren trekken gebeurt vaak automatisch of in periodes van spanning, stress, verveling of concentratie. Hoewel het gedrag tijdelijk opluchting kan geven, leidt het vaak tot gevoelens van schaamte, frustratie of onzekerheid. Ook kunnen zichtbare kale plekken ontstaan, wat een negatieve invloed kan hebben op het zelfvertrouwen.
Huidpulken (skin picking / excoriatiestoornis)
Huidpulken, ook wel excoriatiestoornis genoemd, is een veelvoorkomende vorm van ongewenst gewoontegedrag. Sommige mensen pulken aan oneffenheden, korstjes of plekjes op de huid. Wanneer dit gedrag frequent voorkomt en leidt tot wondjes, beschadigingen, infecties of littekens, kan er sprake zijn van een hardnekkig probleem. Vaak wordt het gedrag versterkt door spanning, stress, verveling of de behoefte om een onaangenaam gevoel weg te nemen. Hoewel huidpulken of tijdelijk verlichting kan geven, ontstaat daarna regelmatig negatieve gevoelens, zoals spijt of frustratie.
Nagelbijten (onychofagie)
Nagelbijten is een veelvoorkomende ongewenste gewoonte waarbij iemand herhaaldelijk op de nagels of de huid rondom de nagels bijt. Hoewel nagelbijten vaak begint in de kindertijd of adolescentie, kan het ook op volwassen leeftijd blijven bestaan. Het gedrag treedt vaak automatisch op tijdens momenten van spanning, stress, verveling of concentratie. Veel mensen ervaren een tijdelijke afname van spanning of onrust door het nagelbijten. Op de langere termijn kan het echter leiden tot beschadigde nagels, pijnlijke nagelriemen, schaamte of onzekerheid over het uiterlijk van de handen. Sommige mensen merken dat zij ondanks herhaalde pogingen moeite hebben om met het nagelbijten te stoppen.
Andere vormen van ongewenste gewoonten
Er bestaan veel verschillende vormen van ongewenst gewoontegedrag. Enkele voorbeelden zijn duimzuigen, lipbijten, wangbijten, tandenknarsen of het steeds dezelfde plek aan moeten raken op je lichaam. . Kenmerkend voor deze gedragingen is dat zij vaak automatisch plaatsvinden en moeilijk tegen te houden zijn, ondanks de wens om ermee te minderen of te stoppen.
Verschil tussen ongewenste gewoonten en verslaving
Ongewenste gewoonten lijken soms ook wel een beetje op een verslaving. Ongewenste gewoonten en verslavingen hebben met elkaar gemeen dat het moeilijk kan zijn om het gedrag te stoppen, zelfs wanneer iemand dat graag wil. Toch zijn er belangrijke verschillen tussen beide.
Bij ongewenste gewoonten gaat het meestal om automatische, terugkerende gedragingen die vaak worden uitgevoerd zonder er bewust bij stil te staan. Deze gedragingen worden vaak tijdelijk versterkt doordat zij spanning, onrust, verveling of een onaangenaam gevoel verminderen. Hoewel ongewenste gewoonten hinderlijk kunnen zijn en soms leiden tot schaamte of lichamelijke klachten, is er doorgaans geen sprake van een echte afhankelijkheid.
Bij een verslaving is er sprake van een sterke drang naar een bepaald middel of gedrag, ondanks de negatieve gevolgen ervan. Voorbeelden zijn verslavingen aan alcohol, nicotine, drugs, gokken of gamen. Mensen met een verslaving ervaren vaak een verlies van controle over het gedrag en besteden er veel tijd en aandacht aan. Daarnaast kan er sprake zijn van tolerantie (steeds meer nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken) en, bij sommige middelen, ontwenningsverschijnselen wanneer het gebruik wordt verminderd of gestopt.
Hoewel ongewenste gewoonten en verslavingen van elkaar verschillen, spelen bij beide vaak vergelijkbare psychologische processen een rol. Stress, spanning, emoties en automatische gedragspatronen kunnen ervoor zorgen dat iemand steeds opnieuw naar hetzelfde gedrag grijpt. Het onderscheid tussen een ongewenste gewoonte en een verslaving is niet altijd zwart-wit. Sommige gedragingen bevinden zich op een continuüm tussen gewoontegedrag en verslavingsgedrag. Goede diagnostiek kan helpen om vast te stellen welke factoren een rol spelen en welke behandeling het meest passend is.
Behandeling van ticstoornis, syndroom van Gilles de la Tourette en ongewenste gewoonten
Tics en ongewenste gewoonten zijn in veel gevallen goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie. Hoewel het om verschillende vormen van gedrag gaat, reageren beide klachten vaak goed op een gestructureerde en vaardigheidsgerichte aanpak. Met de juiste behandeling kan de frequentie en intensiteit van tics en ongewenste gewoonten vaak duidelijk verminderen, waardoor mensen meer grip krijgen op hun dagelijks functioneren.
Cognitieve gedragstherapie (CGT) bij tics en ongewenste gewoonten
Bij tics is Comprehensive Behavioral Intervention for Tics (CBIT) de eerste keus behandeling. CBIT is een gespecialiseerde vorm van gedragstherapie die bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder functieanalyse en het leren omgaan met uitlokkende factoren zoals stress of spanning. Een belangrijk onderdeel van CBIT is Habit Reversal Training (HRT). Hierbij leert iemand de aandrang die voorafgaat aan een tic of gewoonte eerder te herkennen en een alternatief gedrag in te zetten (een zogeheten competing response). Hierdoor wordt het uitvoeren van de tic of gewoonte stap voor stap verminderd.
Bij ongewenste gewoonten zoals nagelbijten, huidpulken of haren trekken wordt vaak een vergelijkbare aanpak gebruikt, waarbij HRT-technieken en andere CGT-interventies worden ingezet om automatische gedragspatronen te doorbreken. Ook wordt gewerkt aan het doorbreken van automatische patronen en het verminderen van factoren zoals stress, spanning of vermoeidheid die de klachten kunnen versterken.
Behandeling op maat
De behandeling van tics en ongewenste gewoonten wordt altijd afgestemd op de persoonlijke situatie. Niet iedereen heeft dezelfde triggers of onderhoudende factoren, waardoor een individuele aanpak belangrijk is. Samen wordt gekeken naar welke factoren het gedrag in stand houden en welke technieken het meest effectief zijn. Met de juiste behandeling ervaren veel mensen een duidelijke afname van tics of ongewenste gewoonten en meer regie over hun dagelijks functioneren.
Klachten gerelateerd aan tics en ongewenste gewoonten
Mensen met een ticstoornis of Gilles de la Tourette hebben relatief vaak ook andere psychische klachten, zoals aandachtstekort- en hyperactiviteitsklachten (ADHD), dwangklachten (OCS), angstklachten of problemen met emotieregulatie. Daarom wordt bij de intake niet alleen naar de tics gekeken, maar ook naar eventuele angst-, dwang- of aandachtsklachten.
Bij ongewenste gewoonten ervaren veel mensen daarnaast ook andere psychische klachten, zoals stress, angstklachten, perfectionisme, een negatief zelfbeeld of dwangmatige trekken. Bij sommige mensen is er daarnaast sprake van een angststoornis, een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) of aandachts- en concentratieproblemen (ADHD). Omdat deze klachten elkaar kunnen beïnvloeden en in stand houden, is het belangrijk om tijdens de behandeling niet alleen naar het ongewenste gewoontegedrag zelf te kijken, maar ook naar eventuele onderliggende of bijkomende psychische klachten. Hierdoor kan de behandeling beter worden afgestemd op de factoren die het gedrag in stand houden.